Nadat het mij donderdag niet is gelukt op tijd op te staan lukt dat vrijdag wel. Na drie keer het telefoonalarm spring ik bij de eerste dierengeluiden van mijn wekker, om 7:15 uur, het bed uit. Het is gelukt. Slingerend loop ik naar de plee. Ik sta nog altijd niet stevig op mijn benen. Het lukt al vrij snel om een paar bladzijden te lezen, daar wordt ik blij van. Na tijdens het pissen de gemeente vervloekt te hebben zet ik de waterkoker aan en lees als de koffie klaar is een paar bladzijden in het boek ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ van Paulien Cornelisse.

Om 10:30 uur mag ik mij melden bij de huisartsenpost. Mijn huisarts komt de wachtkamer binnen maar ik moet nog even wachten. Twee zich verliefd gedragende meiden zijn eerst aan de beurt. Mijn angst om te laat te komen zorgt er voor dat ik ruim op tijd ben. De huisarts kent Alestorm niet, het is de band die op mijn shirt staat. Gekocht in Leeuwarden bij het concert op 10 oktober 2011.

Ik vertel de huisarts dat ik traag ben door de medicijnen. Ze vraagt of het ‘leuk traag’ is. Helaas is dat het niet. Het is een vervelende sloomheid die ik liever niet heb. Mijn bloeddruk is goed, heel goed zelfs. Mijn hart slaat af en toe een slag over. Ik krijg een brief mee en moet CERTE bellen voor een afspraak voor 24-uurs Holter ECG. Bij thuiskomst bel ik gelijk. Vrijdag mag ik mij om 15:30 uur melden. Ik vraag me af of ik hem dan op zaterdag moet inleveren of dat ik hem het hele weekend moet houden. Ik twijfel te veel, terwijl ik juist nu zekerheid nodig heb.

Toen ik tegen de psychiater zei dat ik iets minder vermoeid ben zei hij dat ik er aan gewend raak. Ik was bang dat hij bedoelde dat ik gewend raak aan de traagheid, het vermoeide gevoel, maar het kan ook zijn dat ik gewend raak aan de medicatie. Weer die twijfel.

Ik dacht er net aan dat ik al een uur niet aan de haat van de gemeente, het niet betaald mogen werken heb gedacht. Een héééél uur haatvrij. Het gaat de goede kant op.

Op zondag sta ik om 10:15 uur op. Ik ben boos op mijzelf, ik had besloten op te staan als de wekker om 7:15 uur gaat. Heb het gevoel dat ik dan beter, minder, korter gammel door het huis loop. Nu loop ik vloekend op de gemeente naar de plee. Ik baal er van. Toch weer de haat in mijn hoofd, ondanks de medicatie. Vlak voor het opstaan voelde ik twee steken in mijn lijf, ongeveer 20 centimeter onder mijn linker oksel. Hart? Longen? Ik weet het niet. Daarna niet weer gevoeld.

Lees nu het boek ‘De schaamte voorbij’ van Anja Meulenbelt. Een boek uit 1976 en toch verrassend actueel. De ambtenaar die zegt:” Gaat u eerst maar eens aan de slag, mevrouwtje.” Het kleinerende van de ambtenaar, 42 jaar geleden. Er is niets veranderd en er zal niets veranderen. “Ik verberg mijn kwetsbaarheid soms achter een dunne laag cynisme.” schrijft Meulenbelt even later. Zijn er meer mensen die dat doen? Doe ik dat ook? Ik ben de schaamte nog lang niet voorbij. De schaamte voor de bijstand, voor mijn mislukte leven.

Ik durf, voorzichtig, te kijken of er nog leuke dingen te doen zijn. Durf ik mij weer te vertonen bij concerten? Zie dat Grunn’t waarvan ik dacht dat het al geweest was op 6 april gehouden wordt. Ik twijfel. Alweer. Eerst maar eens het gesprek met de gemeente, op 2 april, afwachten.

Ik trek mijn joggingbroek na het pissen zo hard omhoog dat de nadruppel in mijn gezicht belandt.

Ik hoef niet zo nodig meer dood.

Alexsander Hesse 2019

Vervolg.


Ook het lezen meer dan (dat kan helemaal niet!) waard:
Een week Olanzapine. Hoe mij de eerste week met Olanzapine is vergaan.
Intake bij PsyQ. Zwaar en emotioneel.
Onwetende werkenden. Ze denken nog altijd dat bijstand een keuze is.


Inhoud.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.