Vanuit de flat is het vijf minuten lopen naar de bushalte. Ik draai een peuk want ik geloofde er toen heilig in dat de bus sneller zou komen als ik een peuk had aangestoken. Het was een sprookje maar als ik mijn peuk net aan had en de bus kwam de hoek om was dat dankzij mij. Tegenwoordig is shag veel te duur voor zulke spelletjes. Ik zou de bus missen als ik nog meerdere trekjes van een peuk zou kunnen nemen of hem in mijn hand uitdrukken en meenemen tot het eindpunt en daar verder roken. Gelukkig ben ik al ruim vijf jaar geleden gestopt met roken.

Als ik met mijn strippenkaart in de hand naar mijn plaats loop zie ik dat de chauffeur mijn strippenkaart dubbel heeft getempeld. De dame die na mij instapt staat nog bij de chauffeur af te rekenen. Daar moeten wij op wachten. “Koop verdorie gewoon een strippenkaart” denk ik nog. Haar aantrekkelijkheid maakt een beetje goed. Een klein beetje. En die lach.

Ik loop terug en de chauffeur biedt zijn excuses aan voor het misverstand. “Ik dacht dat jullie bij elkaar hoorden.” Ik lach en zeg:” Dat mocht ze willen!” De dame lacht schamper:” Nuhuhu nah.” Later kom ik er achter dat ze bij mij in de flat woont. Zo vaak zie ik haar niet maar als ik haar zie groeten wij elkaar vriendelijk.

Dat wil ik terug. De arrogantie van het quasi grappig bedoelde “Dat mocht ze willen!” Het liefst zonder pillen maar als het moet, dan maar met. Maar in elk geval niet wegkruipen voor ieder ander mens uit angst voor de vraag der vragen:” Wat doe jij voor de kost?” Iets voor de kost doen? Dat mocht ik willen.

Alexsander Hesse 2019


Wat ik wel mag willen:
Een saucijzenbroodje en een kopje koffie. “Vier euro twintig.”
Pilletjes. Om tegen de haat te kunnen.
Kapotje op het hoofd. Ik had het bijna goed.


Inhoud.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.