Op de stoep staat een verhuisbusje. Ik twijfel of ik over het fietspad ga lopen of binnendoor. Er is genoeg ruimte en ik loop over de stoep aan de huizenkant langs het busje. Als ik het busje voorbij ben hoor een man roepen:” Hé joh, pak dit even aan!” Ik draai me om, zie verder niemand. Ik doe mijn zonnebril af, kijk de man in het busje aan en zeg dat ik dat niet van plan ben. De man lacht. Hij dacht dat ik zijn dochter was.

De situatie doet mij denken aan de kermis in Delfzijl jaren geleden. Ik zal een jaar of 15 geweest zijn en de kermis was nog niet begonnen. Ik loop over de in aanbouw zijnde kermis als ik iemand hoor roepen. In eerste instantie reageer ik niet maar dan nogmaals:” Hey!” Ik kijk opzij en zie in een kraam een man staan van een jaar of 25 met iets te brede schouders, iets te dikke armen en dito buik. “Hey, kom even helpen!” roept de man dwingend. Ik durf niet anders dan zijn kant op te lopen. Wat de opdracht van de man precies was weet ik niet eens meer, het is inmiddels meer dan 30 jaar geleden maar ik was bang. Het was een stoere man en ik een beschadigd kind. Toen de man aan de achterkant van de kraam bezig was ben ik weggerend. Zo hard als ik kon, zonder om te kijken. Naar de kermis ben ik dat jaar niet weer geweest.

Alexsander Hesse 2019


Ook leesbaar:
Een saucijzenbroodje en een kopje koffie. Fleur moet op een hondje passen.
Geurige kennismaking. De buurvrouw belt aan op een slecht moment.
Het leven is wél leuk. Ik overtuig mijzelf.


Inhoud.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.