Als we het huis uit gingen en dan linksaf stond er op het pleintje aan de rechterkant in het midden een telefooncel. Ieder jaar als mijn buurjongetje jarig was deden we een speurtocht die eindigde bij die telefooncel. Daar moesten we bellen naar zijn huis dat we klaar waren en als we de juiste oplossing gaven mochten we verder naar de priklimonade en chips. Dit jaar was alles anders.

Toen ik bij de buren binnenkwam was er nog niets bijzonders. We gaven de cadeautjes, dronken een kopje thee met een koekje en werden weggestuurd voor de speurtocht. We vertrokken naar links en gingen daarna gelijk naar rechts langs het pleintje. Daarna langs de vijver en het houten bruggetje over, linksaf naar het politiebureau. De buren hadden in tegenstelling tot hun zoon later, goede contacten met de politie en een deel van de oplossing van het raadsel moesten we bij de politie halen. Het lukte. Ook de rest van de speurtocht was een beetje hetzelfde als eerdere jaren. De oplossing hadden we sneller dan de jaren ervoor en eerder dan verwacht liepen we naar het pleintje met de telefooncel. Toen we het pleintje van een afstandje konden zien gilde mijn buurjongetje. Hij bracht geen woord uit, slechts zijn vingerwijzing maakte duidelijk waar we moesten kijken. Zelfs toen we in de richting van zijn wijzende vinger keken wisten we nog niet wat hij bedoelde. Pas toen we bij de telefooncel aankwamen merkten we dat er geen telefooncel meer stond. Slechts een vierkant gat ter grote van een telefooncel was er te zien in het gras. Het kwartje die we bij ons hadden was nutteloos. We keken elkaar aan maar wisten niet wat te doen.

Hoe konden we terug naar het huis van mijn buren? We moesten bellen, dat was de opdracht en als we niet belden hadden we dan wel gewonnen? Hadden we het dan wel beter gedaan dan de anderen? We stonden te twijfelen maar we moesten wel. We liepen, zonder de laatste opdracht te hebben uitgevoerd terug naar het huis van mijn buren. Wat zouden we aantreffen? Onzeker van wat er ging gebeuren liepen we door de gang om het huis. Aan de achterkant openden we voorzichtig de deur. We zagen de buurvrouw. Ze stond de afwas te doen. De buurman zat aan de eettafel de puzzel in de krant te maken. Ze wilden weten waarom we niet gebeld hadden en geloofden ons antwoord niet. We waren het vast vergeten, misschien toch even terug, niet goed gekeken? We waren acht niet achterlijk en toen de andere groep met hetzelfde verhaal terugkwam werden we eindelijk, nadat de buurman zelf was gaan kijken, geloofd. Ieder kind kreeg een bakje chips en glaasje drinken en was blij, we hadden iets beleeft wat weinig mensen ooit mee zouden maken. Met een snoepzakje gingen we naar huis waar we in geuren en kleuren vertelden over ons avontuur.

Alexsander Hesse 2018


Ook vermist:
Tamme parkiet Leo. De posters hangen overal.
Agent Piet. De oplossing voor het probleem.
Pechtoldiaans taalgebruik. Durf onduidelijke taal te spreken.


Inhoud.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.