Als kind stak ik graag vuurwerk af. Om aan geld te komen gingen we met een groepje jongens oud papier halen. Van het geld dat we van de papierboer kregen kochten we vuurwerk. Omdat we niet de leeftijd hadden dat we zelf vuurwerk mochten kopen had de fietsenhandelaar, die de laatste dagen van het jaar vuurwerk verkocht, iemand ingehuurd die voor de deur onze bestellingen en geld innam en voor ons het vuurwerk haalde. Soms moesten we even wachten als er iemand langs kwam die hij niet vertrouwde.

Op een oudjaarsdag ergens in de jaren tachtig was ik achter het huis rotjes aan het afsteken. Soms ging het rotje niet af maar dat maakte het nog leuker en spannender. Ik had van mijn vriendjes geleerd dat je zo’n rotje doormidden moet breken. Als je dat aanstak ging hij vuur spuiten, dat zag er erg gaaf uit.

Het rotje dat niet af was gegaan pakte ik van de grond. Ik brak hem door midden en ging met mijn aansteker langs het deel dat er voor diende te zorgen dat het rotje vuur ging spuiten. Er gebeurde niets. Net op het moment dat ik het rotje draaide en keek waarom er geen vuur uit spoot begon hij alsnog vuur te spuiten. Mijn brillenglazen waren zwart. Ik heb mij altijd geschaamd omdat ik een bril op moest. Ik werd gepest met de bril. Maar op die dag was ik blij met mijn bril.

Alexsander Hesse 2018


Meer lezen:
Weet je al wat het word? Een vreemde vraag.
Papieren krant. Opkomen voor je rechten.
Een saucijzenbroodje en een kopje koffie. En een bekakte air.


Gedichten.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.