Toen ik jong was waren er mensen die gingen voor hun plezier vissen vangen. Het klinkt nu natuurlijk vreemd en ongeloofwaardig. Ook ik heb met een hengeltje, een bamboestok met een draadje en een haakje, langs de kant van het water gezeten. Laat Esther Ouwehand het maar niet lezen.

De dobber die aan het visdraad moest was ik natuurlijk niet vergeten. Loodjes had ik ook. Dan het bakje met wormen, daar moest er één van aan het haakje. Een weerhaakje wel te verstaan. Gadverdamme. En dan wachten. Ontzettend lang wachten.

De wormen kwamen bij ons uit de tuin. Ik weet niet meer wat het was, wil mensen niet op ideeën brengen, maar als ik het over de grond gooide kwamen de wormen zo omhoog en waren ze makkelijk te pakken. Als ik er genoeg had ging ik richting vijver.

Uren heb ik als kind zo bij het water gezeten. Ik vraag me af wat ik er leuk aan vond. Op een dag had ik beet. Ik had een paling gevangen, dat zag ik nog net in het voorbijgaan. Ik trok de hengel zo snel en hard omhoog dat de paling toen ik de hengel weer voor mij had niet meer aan het haakje bungelde.

De paling had ik over mijn schouder weggeslingerd. Ik heb nog een halfuurtje in de tuin bij het huis achter mij lopen zoeken maar de paling heb ik niet terug gevonden.

Paling. Er zijn mensen die eten die beesten, ik heb ze nooit lekker gevonden. Kan ook niet, paling moet je roken en daar ben ik jaren geleden mee gestopt. Met het vissen ben ik nog veel langer geleden gestopt. Dat was minder verslavend.

Alexsander Hesse 2019


Meer lezen:
WIJ Groningen. Hoe de gemeente Groningen iemand in de bijstand kapot maakt.
Vol goede moed. Ze zijn een uitzendkracht kwijt.
Jongens van de Rijksweg. Een fiets, een step en een bovenbeen.


Inhoud.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.