Om het nieuwe jaar opgeruimd te beginnen besluit ik de kasten leeg te halen. Sinds een jaar hebben we in de kelder een hok waar we wat spullen kwijt kunnen. Het hok is niet groot genoeg voor een fiets maar een paar stapels dozen passen er in.

Ik begin met de kledingkast en besluit een groot aantal T-shirts die ik nooit draag in een doos te doen. Daarbij kunnen nog een paar broeken die ik net zo goed weg kan gooien maar toch bewaar voor noodgevallen. De stapels met werkkleding gaan ook in een doos, die heb ik toch niet nodig. Veel shirts met namen van bedrijven. Het was leuk om gewerkt te hebben maar het gaat helaas niet weer gebeuren.

Daarna ruim ik het hok van de warmtewisselaar leeg. De stofzuiger en de waslijn mogen in de woonkamer wachten tot ik klaar ben. Veel administratie. Zo veel dat één verhuisdoos niet voldoende is. Ik heb geen zin om het na te kijken, heeft geen nut en roept frustratie op. Ik breng de eerste doos naar beneden. Ik neem de trap, in mijn werk als verhuizer heb ik geleerd met volle handen de trap af te lopen zonder naar beneden te vallen. Snel gaat het niet maar ik bereik de kelder. De deur klemt, ik zet de doos opzij om de deur te openen. Ik moet zoeken naar mijn hok. Vaak kom ik er niet.


Dan zijn de keukenkastjes aan de beurt. In de eerste ligt gereedschap, dat gebruik ik niet vaak. Kan naar de kelder, als ik iets nodig heb haal ik het op. Alleen de ontstopper mag blijven. In een ander kastje vind ik een verzameling muntjes waarvan de overgrote meerderheid zo de afvalbak in kan. Wâldrock bestaat niet meer en Dokkum Open Air 2013 is afgelopen. Theater Romein, waar ik zelf ooit nog gedichten heb voorgedragen, bestaat niet meer. Ik vind zelfs een doosje vloei. Roken doe ik al jaren niet meer. Achterin vind ik muntjes van Guzzi’s en 2Night. Dat zijn discotheken in Delfzijl waar ik na de jaren 19 (aan het begin van het jaartal) niet meer ben geweest. Een gulden uit 1967, muntjes van Graspop in Baflo en een programmaboekje van Graspop Metal Meeting 2012 liggen doelloos achterin het kastje.

De bakjes die ik nooit heb gebruikt en waarschijnlijk niet zal gebruiken gaan ook naar de kelder. Ze komen van een set bakjes waarvan ik er twee gebruik om eten op te warmen in de magnetron. De overige achttien doe ik niets mee. Te groot, te klein of te onhandig. Achterin een la vind ik een condoom dat houdbaar is tot februari 2006. Toen woonde ik hier nog niet eens.

Tijdens het leeghalen van het laatste kastje zit ik meer in mappen, schriftjes en agenda’s te bladeren dan dat ik aan het opruimen ben. Ik besluit alles eerst opzij te leggen. Er zit een map tussen met gedichten die ik heb voorgedragen maar ook veel gedichten die ik nog nooit heb voorgedragen omdat ik dat al jaren niet meer doe. Veel oude agenda’s kom ik tegen waar ik van alles in heb geschreven. Niet alleen afspraken maar ook rijmpjes of dingen die ik toen grappig vond. Ik kijk het binnenkort allemaal na, misschien zit er iets leuks tussen waar ik iets mee kan. Bezoekers van mijn website vervelen ofzo.

Mijn kasten zijn opgeruimd en het hok staat volgestouwd. Ik heb ruimte in de kasten en kan weer rotzooi verzamelen dat ik dan over een decennium weer uit kan zoeken. Hopelijk hebben we dan een groter hok in de kelder. Deze is vol.

Alexsander Hesse 2020


Ook opgeruimd:
Een opgeruimde geest. Over een boek dat ik heb gelezen.
Renovatie. Opruimen voor de renovatie.
Niet mijn drol. Maar uiteindelijk wel opgeruimd.


Inhoud.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.