En toch dacht ik dat het waar was, dat god echt bestond. Als klein kind moest ik met mijn ouders mee naar de kerk. In het begin werd ik met de andere kinderen uit de kerk gehaald, dan gingen we in een bijgebouw spelen tijdens de preek. Toen ik ouder werd moest ik de hele preek uitzitten. Met pepermuntjes, dat wel. Wilhelmina.

Alleen de zondagse kerkdiensten waren niet genoeg om mij het geloof in te printen. Toen ik iets ouder werd moest ik naar club. Dan kwamen we samen met een groep kinderen in een gebouw naast de kerk. Daar werd ons dan door een jongvolwassene verteld over de bijbel en hoe goed god is. Ik geloofde dat, was gevoelig voor de indoctrinatie, wist ik veel. Dat mijn moeder op dagen dat mijn vader thuis was regelmatig schouderophalend naast mijn bed stond te schreeuwen:“ Papa moet jou wel slaan want dat staat in de bijbel.“ zag ik toen nog niet eens als slecht. Het hoorde er gewoon bij. Zo was mijn leven. Ik wist niet beter.

Na club kwam catechisatie, dan moesten we als 14 jarigen op vrijdagavond bij mensen thuis luisteren naar bijbelverhalen. Ik zou het liefst met één van de aanwezige meisje zoenen maar dat mocht natuurlijk niet van god. Ook niet van het meisje. Ze vond mijn buurjongetje leuker. Volgens mijn buurjongetje.

Na de catechisatie fietsten we met een groepje jongens naar huis, we woonden bij elkaar in de buurt. Op een dag had één van de jongens sigaretten bij zich. Ik durfde niet. Een week later had ik ook sigaretten. De rest van het jaar rookten we voor en na de indoctrinatie een sigaret. Zo ben ik begonnen met roken.

Alexsander Hesse 2018


Leuker en positiever:
Dan maar bier. Hij laat zich overhalen te gaan drinken.
Opgeruimde bank. Wat hij daar allemaal tegenkomt.
Jij lacht zo lief. Gedicht.


Inhoud.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.