Vannacht liep ik een trap op. Telkens als ik bijna boven was gleed ik terug naar beneden. Ik zag iemand die mij een hand reikte. De persoon was onherkenbaar maar zodra ik de hand wilde vastpakken was de hand weg en gleed ik weer naar beneden. Ik lag te dromen en werd daar zo moe van dat ik wakker werd.

Gisteren droomde ik dat ik aan het werk was. Ik moest dozen van een lopende band pakken die ik op een pallet moest leggen. Werk dat ik in het echte, wakkere, leven ook heb gedaan. De lopende band waarover de dozen aankwamen was echter veel breder dan de echte. Bovendien was het plankje achter die band zo gemonteerd dat de dozen er langs gingen en op de grond vielen. Op de grond gleden ze verder onder een andere machine door. Ik moest er achteraan rennen. Op het moment dat ik één doos gepakt had was de volgende doos al van de band gevallen en kon ik ook achter die doos aan. Ik werd daar zo moe van dat ik wakker werd.

Als kind had ik vaak een droom. Ik viel van de trap. Op de grond kwam ik echter nooit terecht, ik bleef vallen tot ik door de angst wakker werd. Het waren dromen waaruit ik zelf wakker kon worden. Vraag niet hoe. Weken achter elkaar had ik dezelfde droom. Ik besloot niet bang te zijn, wat kon er gebeuren, het was maar een droom. Telkens durfde ik een klein beetje langer te blijven dromen. Toch ben ik ondanks dat ik voor mijn gevoel allang beneden had moeten zijn, meer dan 3 meter hoog was die trap niet, in mijn droom nooit op de grond terechtgekomen. Wel ben ik een keer uit bed gevallen.

Alexsander Hesse 2019


Mensen die dit lazen zouden eventueel ook kunnen overwegen om te lezen:
Doelpunt. De vader verpest de trots van het kind.
Teruggezet. Hij wordt uit de klas gehaald.
Tejo. Volgens de leraar heeft hij het boek niet gelezen.


Inhoud.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.