Gisteren sprak ik met een psychiater. Weer met een psychiater en weer met een andere. De derde in enkele maanden tijd. Deze psychiater was benaderd door mijn andere psychiater omdat die niet weet wat hij met mij moet. Die psychiater heeft mij al meerdere keren pillen voorgeschreven voor aandoeningen waarvan hij zelf niet zeker weet of ik ze heb. De pillen hadden bij mij dan ook geen werking. Wel bijwerkingen.

De psychiater die ik gisteren sprak is van de crisisdienst. Ruim anderhalf jaar nadat ik ben aangevallen door twee ambtenaren in opdracht van wethouder Mattias Gijsbertsen. Ruim anderhalf jaar nadat ik bij het spoor stond en alleen omdat er kinderen aan de overkant stonden niet voor de trein ben gestapt. Ruim anderhalf jaar nadat ik mij bij de huisarts heb gemeld is het dan eindelijk zover. Ik heb een gesprek gehad met een psychiater van de crisisdienst.

Gelukkig had deze psychiater een andere aanpak. Hij ging niet gelijk op zoek naar wat er mis met mij is. De aandoeningen die ik volgens eerdere psychiaters, psychologen en psychiatrisch verpleegkundigen heb kloppen dan ook niet volgens hem. Het woord pillen heeft hij geen enkele keer gebruikt. Het enige probleem dat ik heb is het probleem dat ik al tientallen keren heb omschreven. Het probleem bijstand, het probleem dat ik niet mag werken, het probleem dat ik telkens weer door medewerkers van de wethouder op mijn minderwaardigheid gewezen moet worden. Meerdere personen die mij kennen hebben mij laten weten dat ze mij niet minderwaardig vinden. Maar die personen werken dan ook niet voor mijn eigenaar, Mattias Gijsbertsen.

Graag wil ik het traject in met de nieuwe psychiater. Hij vroeg mij of ik wil blijven leven of liever dood. Leven, was mijn antwoord door de tranen heen. Natuurlijk wil ik blijven leven. Maar niet zo. Niet op deze manier. Niet in angst voor de volgende aanval van ambtenaren van de gemeente Groningen in opdracht van GroenLinkswethouder Mattias Gijsbertsen. Niet langer thuis moeten blijven uit angst dat iemand mij aanspreekt, mij vraagt wat ik doe voor de kost. Niet langer uit moeten leggen dat ik slaaf ben, dat ik eigendom van Gijsbertsen ben. Dat ik het niet waard ben om betaald te worden als ik werk.


Ik weet niet of ik het nog kan. Ik weet niet of ik het durf. In het verleden heb ik met een mes in mijn handen gestaan na weer een aanval van ambtenaren in opdracht van de GroenLinkswethouder maar durfde ik niet te snijden. Ik vraag me af of ik nu wel durf. Niet of ik durf om een eind aan mijn leven te maken maar of ik durf te blijven leven. Wat is mijn straf? Wat is de opdracht die de ambtenaren in Groningen hebben als er straks toch een teken van leven van mij komt? Wat is de straf die ik krijg als ik niet zoals de wethouder wil een eind aan mijn leven maak? Dat er allang acties gepland zijn om mij duidelijk te maken dat ik er spijt van krijg dat ik ben blijven leven staat buiten kijf. Ze zijn al vijf jaar bezig om mij te overtuigen zelfmoord te plegen. Dan zouden ze het natuurlijk nooit toelaten als ik besluit toch te blijven leven.

Ik wil heel graag het traject in met de nieuwe psychiater. De psychiater van de crisisdienst. Maar ik ben bang. Niet voor de psychiater. Ik ben bang voor de gemeente. Bang voor de wethouder. Bang voor de ambtenaren die mij al ruim vijf jaar duidelijk maken dat ik het leven niet waard ben. Wat gaan ze doen? Hoe ver moeten ze nog gaan om mij te overtuigen als ik nu niet voor eens en voor altijd uit de bijstand, uit het leven stap? Ik wil leven. Een waardig leven. Niets liever. Maar ik ben bang.

Alexsander Hesse 2019


Waar ik ook bang voor ben:
Dwangarbeid.
Onwetende werkenden.
Een man met een mes.


Inhoud.


2 reacties

Eelco Dijkstra · 12 december 2019 op 12:39

Goed dat je ondanks je angst het traject ingaat.

Lina · 18 december 2019 op 23:17

Deze tekst kwam ik tegen in het FNV magazine, misschien ter informatie:

Gewonnen!
Monique (54), een voormalig eigenaresse van een fitnesscentrum, liet het er niet bij zitten toen ze, onder ziekmakende omstandigheden, te werk werd gesteld in een palletzaak waar eigenlijk geen werk voor haar was. Dat ze niks te doen had, maakte de eigenaar echter niet uit, ze was voor hem toch ‘gratis’, zo ontdekte ze. Hij kreeg subsidie voor haar. Via het uitzendbureau dat weer werd betaald door de gemeente om Monique via een zogenaamde ‘motivatiebaan’ ‘dwingend en controlerend’ aan het werk te zetten, zo wist ze met haar advocaat boven tafel te krijgen. Monique spande een rechtszaak aan tegen de gemeente en won. Ze levert daarmee belangrijke jurisprudentie. De rechter oordeelde namelijk: gesubsidieerd werk als dit kan niet worden aangemerkt als reguliere arbeid (en kan dus geen reden zijn een uitkering te stoppen).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.