Als kind had ik een bijnaam. Een bijnaam is net zoiets als een bijvrouw, je kunt het er prima bij hebben maar je moet de echte niet verwaarlozen. Als kind had ik geen vrouw. Omdat ik kind was. Kinderen hebben geen vrouw. Kinderen zijn veel slimmer dan volwassenen.

Maar waar ik naar toe wil is dat ik in mijn boekenjacht al bij mijn tweede Mamamini een boek tegenkwam van mijn bijnaam. ‘De taal der dingen’ van Alexander Pola. Ineens viel mijn oog op het boek. Ik kon hem laten liggen maar dat heb ik niet gedaan. Ik wist niet eens dat Alexander Pola boeken had geschreven. Gedichten, zag ik thuis pas. Ik kende hem alleen van ‘Farce Majeure’

Alexander Pola was in die periode zo populair dat toen ik een keer achter het huis van mijn tante voetbalde met wat jongens, die ik niet kende, ze mij al snel Pola gingen noemen. Ik vond het leuk. Toen een verpleegster in het ziekenhuis waar ik was vanwege mijn astma aan mij vroeg hoe ik heette zei ik:” Alexsander” Toen ze vroeg:” Hoe noemen ze je?” was mijn antwoord:“ Pola”. “Ik zeg wel Alexsander.” was de reactie van de verbaasde zuster.

Ik begrijp dat de verpleegkundige een afkorting van mijn naam verwachte. Alex of Sander. Pola had ze niet verwacht. Toen ik ouder werd wist niemand nog wie Alexander Pola was en de lol was er voor mij af. “Paula is toch een meisjesnaam?” hoorde ik wel eens. Dat heb ik opgelost door mijn haar te laten groeien. Toen ik mijn baard heb laten staan mochten mensen mij Alex noemen of Alexsander. Heel soms luister ik ook naar:” Hey lul, let eens op.” Maar alleen als ik niet op sta te letten.

Alexsander Hesse 2019


Anderen lazen ook niet:
Herkend. Maar nooit als mijzelf.
Spoed contact. Snel bellen, er is werk.
Kansen in kaart op de keukentafel. Ze willen weten of mensen al genoeg op je neerkijken omdat je een uitkering hebt.


Inhoud.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.